BSPHO Kinderkanker

Wat is kinderkanker?

“Kanker” verwijst naar een groep van ziektes en elk type kanker heeft een eigen naam, karakteristieken, behandeling en genezingskansen. Algemeen betekent kanker dat bepaalde cellen in het lichaam de controle verliezen over hun groeiproces. De cellen gaan hierbij ongecontroleerd vermenigvuldigen en kunnen langer leven dan normale cellen. Een groep van deze kankercellen noemt men een “tumor”. Soms kan de tumor ook cellen loslaten, welke dan via het bloed circuleren naar andere delen van het lichaam. Daar kunnen ze vervolgens nieuwe tumoren ontwikkelen, deze noemen we metastases.

Kanker bij kinderen, ook wel pediatrische kanker genoemd, is relatief zeldzaam en omvat minder dan 1% van alle kanker types. In België betekent dit dat ieder jaar ongeveer 320 kinderen jonger dan 15 jaar en 180 adolescenten tussen 15 en 19 jaar, gediagnosticeerd worden met een bepaald type kanker. Gemiddeld betekent dit dat ongeveer 1 op 300 jongvolwassenen ooit kanker had als kind.

Childhood cancer

Kanker bij kinderen en adolescenten per tumor type (ICCC-3 classificatie), België, 2016-2020

Kanker bij kinderen en adolescenten per tumor type (ICCC-3 classificatie), België, 2016-2020
Bron: Kankerregister België – meer informatie https://kankerregister.org

Legende

  1. Leukemie
  2. Lymfoom
  3. CNS
  4. Neuroblastoom
  5. Retinoblastoom
  6. Nier tumor
  7. Lever tumor
  8. Kwaadaardige bottumor
  9. Zacht weefsel sarcoom
  10. Kiemcel tumor
  11. Andere neoplasma en melanoma
  12. Andere

Kanker bij kinderen komt minder frequent voor dan bij volwassenen en kan ook niet vergeleken worden met de types kanker bij volwassenen. De meest voorkomende types kanker bij volwassenen komen voor in de huid, borst, prostaat, longen en de darm. De meest voorkomende types kanker bij kinderen daarentegen komen voor in het bloed, beenmerg, lymfeklieren, hersenen, spieren, nieren en het bot. In het algemeen reageren kinderen ook beter op de behandeling in vergelijking met volwassenen.

Wanneer men het internet doorzoekt naar informatie over kanker bij kinderen, moet steeds in acht genomen worden dat de gevonden informatie mogelijk niet betrouwbaar of accuraat kan zijn. We raden dus sterk aan om deze informatie steeds met een arts te bespreken, die de specifieke details van het zieke kind kent.

Wat zijn de diagnostische procedures?

Om te bepalen of kanker aanwezig is in het lichaam en welk type kanker aanwezig is zal het kind, afhankelijk van de symptomen die hij/zij vertoont, verschillende diagnostische procedures moeten ondergaan. Onderstaande procedures zijn hierbij mogelijk:

Biopsie

Met behulp van een biopsie, kan een klein deeltje van de tumor bij diagnose onderzocht worden in het laboratorium. Er bestaan 2 types biopsie:

Er bestaan 2 types biopsie:

  • Een naald biopsie: een naald wordt hierbij in de tumor gebracht via de huid om een deeltje van de tumor op te nemen. Dit kan uitgevoerd worden onder lokale of algemene verdoving.
  • Een open biopsie: tijdens een kleine chirurgische ingreep onder algemene verdoving wordt een deel van de tumor weggenomen. Soms kan de chirurg ook de volledige tumor verwijderen.

Het biopt wordt vervolgens naar het laboratorium verstuurd ter analyse door een patholoog. De patholoog bestudeert of het biopt kankercellen bevat en tot welk type kanker ze behoren. De resultaten van dit onderzoek worden binnen enkele dagen bezorgd.

Beenmergpunctie

Het beenmerg is een vloeibaar sponsachtig weefsel binnenin de botten dat instaat voor de productie van de verschillende types bloedcellen. Een beenmergpunctie wordt uitgevoerd om te onderzoeken of de cellen in het beenmerg gezond zijn en voldoende aanwezig zijn. Tijdens dit onderzoek wordt een naald in het bot gebracht (meestal het heupbeen) en wordt een kleine hoeveelheid beenmerg met behulp van een spuit opgenomen. Dit beenmerg staal gaat nadien naar het laboratorium ter analyse. Deze procedure wordt meestal uitgevoerd onder algemene verdoving en wordt gecombineerd met andere onderzoeken waar mogelijk. De plaats in het bot waar het beenmerg weggenomen werd kan nog een paar dagen pijnlijk aanvoelen.

Beenmerg biopsie

Een beenmerg biopsie wordt uitgevoerd om de voorlopers van de bloedcellen (de precursor cellen) in hun natuurlijke omgeving te onderzoeken, namelijk in het bot zelf. Tijdens dit onderzoek wordt een naald in het bot gebracht (meestal het heupbeen) en wordt een klein deel van het bot weggenomen. Deze procedure wordt meestal gecombineerd met een beenmergpunctie zodat dezelfde plaats op de huid voor beide injecties gebruikt kan worden. Het beenmerg biopt wordt vervolgens ook in het laboratorium bestudeerd. Deze procedure wordt meestal uitgevoerd onder algemene verdoving en wordt gecombineerd met andere onderzoeken waar mogelijk.

Lumbale punctie

Een lumbale punctie (of LP) wordt uitgevoerd om eventuele kankercellen op te sporen in de vloeistof rond de hersenen en het ruggenmerg (lumbaal vocht). Een holle naald wordt hierbij tussen de wervels (vertebrae) geplaatst, waar het lumbaal vocht zich bevindt. Het vocht valt dan via de naald in een test tube, die voor analyse naar het laboratorium wordt gestuurd. Bij bepaalde types kanker wordt de behandeling met chemotherapie via dezelfde naald geïnjecteerd, nadat het lumbaal vocht weggenomen werd.

Na deze procedure moet het kind een bepaalde tijd gaan liggen zodat de medicatie gelijkmatig verspreid wordt in de vloeistof rondom het ruggenmerg. Deze procedure wordt meestal uitgevoerd onder algemene verdoving of met behulp van correcte premedicatie.

Röntgenstraling (X-rays)

Een röntgenfoto is een foto dat de binnenkant van een lichaam toont. Met behulp van röntgenstraling verschilt het beeld van een tumor vaak van dat van gezond weefsel. Deze beeldvormingstechniek kan aantonen of er zich een massa in de borst, buik of botten bevindt. De procedure is niet langdurig en niet pijnlijk.

Echografie

Echografie is een andere soort beeldvormingstechniek, waarbij geen röntgenstralen gebruikt worden. Het echografietoestel gebruikt namelijk geluidsgolven om de beelden te vormen. De gebruiker van het toestel of radioloog brengt eerst een koude geleidende gel aan en plaatst vervolgens de sonde op het te onderzoeken gebied. Dit is dezelfde techniek dat gebruikt wordt om ongeboren baby’s te onderzoeken bij zwangere vrouwen.

CT en MRI scan

Een CT scan vormt een speciale soort röntgenstraling dat meer details in de beelden vertoont in vergelijking met de klassieke röntgenstraling. Soms wordt er eerst een contrastvloeistof geïnjecteerd om het contrast tussen verschillende anatomische structuren op de beelden te verhogen.

Een MRI scan is gelijkaardig aan een CT scan, hoewel dit magnetisme gebruikt om een gedetailleerd beeld te vormen in plaats van röntgenstraling. Dit betekent dat er voor deze beeldvormingstechniek geen bestraling gebruikt wordt. Vanwege de magneet binnenin de machine, mogen patiënten tijdens dit onderzoek geen metalen voorwerpen bij zich hebben. Tijdens de MRI scan moet de patiënt gedurende 20 minuten of langer gaan liggen in een luidruchtige machine. Bij jonge kinderen kan deze MRI scan uitgevoerd worden onder algemene verdoving zodat immobilisatie tijdens het onderzoek mogelijk wordt.

PET-CT scan

Bij sommige gevallen van solide tumoren of lymfomen, kan de aanwezigheid of afwezigheid van metastasen bepaald worden door middel van een PET-CT scan. Hierbij wordt een kleine dosis radioactieve substantie (suiker) geïnjecteerd in de vene, dat gebieden in het lichaam kan lokaliseren die metabolisch actief zijn en die het suiker hierbij gebruiken. Dit wordt gecombineerd met een CT scan om de anatomische regio’s die een verhoogde metabolische activiteit vertonen beter te visualiseren. Voor dit onderzoek is het belangrijk om tot minstens 6 uur voordien nuchter te blijven, zodat een mogelijke interactie tussen de geïnjecteerde suiker en de reeds aanwezige suiker in het lichaam kan vermeden worden. Het is ook belangrijk om warm te blijven gedurende het onderzoek om te vermijden dat het bruin vet van het lichaam de geïnjecteerde suiker zal opnemen. Bij jonge kinderen kan deze PET-CT scan uitgevoerd worden onder algemene verdoving zodat immobilisatie tijdens het onderzoek mogelijk wordt.

Bot scan

Als een kind een bot tumor heeft of indien zijn/haar tumor verspreid is naar de botten, zal men door middel van een bot scan aantonen in welke mate het bot is aangetast. Tijdens de bot scan wordt een kleine dosis radioactieve substantie (tracer) geïnjecteerd in een vene, dat kan opgenomen worden door de botten. Abnormale gebieden in de botten kunnen meer van deze substantie opnemen en zullen dus meer gemarkeerd worden op de beelden. De bestralingsdosis dosis tijdens dit onderzoek is heel laag en niet schadelijk.

MIBG

MIBG (meta-iodobenzylguanidine) is een substantie dat aanwezig is in bepaalde types tumorweefsel, in het bijzonder bij neuroblastoom tumoren. Voor de MIBG scan kan plaatsvinden wordt een kleine hoeveelheid radioactief iodine (een tracer) intraveneus geïnjecteerd, dat opgenomen wordt door de tumorcellen. De beelden die gemaakt worden tijden de scan zijn gelijkaardig aan die van een CT scan. De heldere puntjes die zichtbaar worden op de beelden tonen dan de locaties van de tumorcellen aan. Een MIBG scan helpt de onderzoeker om tumoren zowel in de botten als in de weke delen te lokaliseren. Patiënten krijgen steeds speciale medicatie (lugol) om de schildklier tegen de radioactieve substantie in de tracer te beschermen. Bij jonge kinderen kan deze PET-CT scan uitgevoerd worden onder algemene verdoving zodat immobilisatie tijdens het onderzoek mogelijk wordt.

Bloedonderzoek

Bij een bloedonderzoek worden de verschillende types bloedcellen geteld (rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes) en wordt het bloed geanalyseerd om de nier- en leverfunctie te meten en eventuele tekenen van infecties op te sporen. Er worden niet altijd dezelfde testen opnieuw uitgevoerd. Bij bepaalde types kanker, worden bepaalde tumormerkers opgespoord in het bloed.

Urine analyse

Een urine analyse kan helpen om de nierfunctie te meten en te onderzoeken of de urine geïnfecteerd is. Bij bepaalde types kanker, worden bepaalde tumormerkers opgespoord in de urine.

Audiogram

Sommige behandelingen tegen kanker kunnen het gehoor van het kind aantasten. Om de gehoorfunctie van het kind te testen wordt een audiogram uitgevoerd voor, tijdens en na de behandeling. Deze test wordt in een stille ruimte uitgevoerd, waarbij aan het kind gevraagd wordt om naar geluiden met verschillende frequenties te luisteren via een koptelefoon.

Echocardiografie

Sommige behandelingen tegen kanker kunnen de hartfunctie van het kind aantasten. Een echocardiogram is een echografie meting van het hart, dat de sterkte van het hart aantoont en meet hoe goed het werkt. Tijdens het onderzoek wordt een geleidende gel aangebracht op de borst en wordt een sonde dat geluidsgolven produceert over de borst bewogen. Deze geluidsgolven produceren vervolgens een beeld.

Elektrocardiogram (EKG)

Het hartritme wordt gemeten door middel van een EKG. Hierbij worden kleine elektrodes op de borst, armen en benen geplaatst en verbonden met een machine, dat de meting zal uitvoeren en de activiteit van het hart weergeeft.

Cr-EDTA scan (of scintigrafie test)

Een Cr-EDTA scan is een andere test dat de nierfunctie kan meten. Hierbij wordt een kleine hoeveelheid radioactieve tracer (chrome-EDTA) geïnjecteerd in een perifere vene. Nadien wordt op specifieke tijdspunten een bloedstaal genomen om te meten hoe snel de tracer geëlimineerd wordt uit het lichaam. Deze test is niet mogelijk met gebruik van een port-a-cath of elk ander apparaat met veneuze toegang omdat er door accumulatie van de tracer in het apparaat vertekende resultaten kunnen ontstaan.

Wat zijn de verschillende types van kanker bij kinderen?

Om te bepalen of kanker aanwezig is in het lichaam en welk type kanker aanwezig is zal het kind, afhankelijk van de symptomen die hij/zij vertoont, verschillende diagnostische procedures moeten ondergaan. Onderstaande procedures zijn hierbij mogelijk:

Leukemie

Leukemie is een type kanker in de witte bloedcellen. Witte bloedcellen helpen het lichaam normaal in hun strijd tegen infecties. Bij leukemie ontstaat er een ongecontroleerde productie van de witte bloedcellen, die zich blijven delen in het beenmerg zonder te rijpen. Deze onrijpe cellen stapelen zich vervolgens op in beenmerg, waardoor ze de productie van normale bloedcellen gaan hinderen.

Er zijn twee grote types leukemie bij kinderen:

  • Acute lymfoblastische leukemie (ALL)
  • Acute myeloïde leukemie (AML)

Lymfoom

Het lymfatisch systeem bestaat uit beenmerg, de zwezerik of thymus, de milt en lymfeklieren. De lymfeklieren zijn verbonden via een netwerk van vaten die lymfevocht bevatten. Een lymfoom kan eender waar in het lymfatisch systeem ontstaan.

Er zijn twee grote types lymfomen die voorkomen bij kinderen en adolescenten, afhankelijk van het oorspronkelijke type cellen dat kankerverwekkend wordt:

  • Non-Hodgkin lymfoom
  • Hodgkin lymfoom

Tumoren die voorkomen in het centraal zenuwstelsel vormen naast leukemie het meest voorkomende type kanker bij kinderen. Ze kunnen voorkomen in de hersenen of in het ruggenmerg. Er zijn veel verschillende types hersentumoren bij kinderen, variërend in hun natuurlijke evolutie, behandelingsopties en prognose. Een tumor in de hersenen kan ontstaan in de hersenen zelf of kan resulteren van de verspreiding van een tumor die zich in een ander deel van het lichaam bevindt (hersenmetastase). De verschillende types hersentumoren worden meestal genoemd naar het type cellen waar ze vandaan komen. De meest voorkomende types zijn astrocytoma, ependymoma en medulloblastoma.

Hersentumoren kunnen zowel goed- (benigne) als kwaadaardig (maligne) zijn. Benigne hersentumoren bevat geen kwaadaardige cellen en het is ongebruikelijk dat er cellen vanuit de tumor gaan verspreiden naar ander delen van het lichaam. Deze tumoren kunnen door hun lokalisatie echter wel belangrijke symptomen veroorzaken wanneer ze onbehandeld blijven omdat ze tot druk en schade kunnen leiden in de omliggende gebieden van de hersenen.

  • Laaggradig glioom
  • Hooggradig glioom
  • Diffuus intrinsiek ponsglioom (DIPG)
  • Medulloblastoma
  • Ependymoma
  • Atypische teratoide rhabdoide tumor (ATRT)
  • Intracraniële kiemceltumor

Osteosarcoom

Een osteosarcoom is een kwaadaardig type tumor in het bot. Het komt meer voor bij oudere kinderen en tieners. De ontwikkeling van het osteosarcoom start meestal aan het einde van de lange botten, waar nieuw botweefsel gevormd wordt als een kind groeit. De meest voorkomende plaatsen van een osteosarcoom zijn de armen en benen.

Ewing sarcoom

Ewing sarcoom is een ander type botkanker dat meestal gevormd wordt in de lange botten, ribben, bekken en wervelkolom. In sommige gevallen kan een ewing sarcoom ook ontstaan in de weke delen.

Rhabdomyosarcoom

Rhabdomyosarcoom is een kanker in de weke delen, meestal zijn dit de spieren. Eigenlijk kan deze tumor eender waar in het lichaam ontstaan maar meestal komt dit voor in het hoofd en nek, de blaas, testes, de baarmoeder of de vagina.

Neuroblastoom

Neuroblastoom is een kanker dat ontwikkelt in de resterende primitieve cellen van de prenatale ontwikkeling (zogenaamde neuroblasten). Het is het meest voorkomende type kanker bij baby’s en het derde meest voorkomende type kanker bij kinderen, na leukemie en hersentumoren. Een neuroblastoom kan eender waar in het lichaam ontwikkelen maar het is afkomstig van een van de twee bijnieren of van het zenuwweefsel naast het ruggenmerg.

Wilms’ tumor

Bij kinderen is een Wilms’ tumor het meest voorkomende type kanker in de nieren. Er wordt verondersteld dat de tumor ontwikkelt uit onrijpe cellen van het embryo. Normaal verdwijnen deze onrijpe cellen na de geboorte.

Kiemceltumoren

Kiemceltumoren ontwikkelen vanuit de kiemcellen, dit zijn de voorlopers zijn van de geslachtscellen (eicel en spermacel). Tijdens de prenatale ontwikkeling van de foetus, verplaatsen de kiemcellen die de eitjes of sperma produceren zich normaal respectievelijk naar de eierstokken of testes. De kiemceltumor ontstaat meestal in dit voortplantingssysteem, namelijk in de eierstokken of testes, maar kan ook ontstaan in de hersenen of een ander deel van het lichaam.

Er bestaan verschillende benamingen voor kiemceltumoren, afhankelijk van hun uitzicht onder de microscoop. Enkele voorbeelden zijn yolk-sac (dooierzak) tumoren, germinomen, embryonale carcinomen, mature teratomen en immature teratomen. Ze kunnen zowel goed- (benigne) als kwaadaardig (maligne) zijn. Maligne tumoren kunnen mogelijk groeien en zich verspreiden naar andere delen van het lichaam.

Immature teratomen bevinden zich tussen benigne en maligne tumoren. Ze kunnen op veel verschillende plaatsen in het lichaam voorkomen (meestal in de buik) en kunnen zich lokaal verspreiden, zoals binnenin de buik, maar zelden verder. Deze tumoren kunnen meestal chirurgisch verwijderd worden.

Retinoblastoom

Retinoblastoom is een type kanker dat voorkomt in het oog. De tumor kan ontstaan als gevolg van een genetische afwijking die het risico op de ontwikkeling ervan verhoogd (vaak jonge kinderen met bilaterale tumoren, dus in beide ogen) of kan sporadisch ontstaan (vaak unilaterale tumoren, dus in 1 oog).

Lever tumoren

Er zijn 2 types maligne lever tumoren die voorkomen bij kinderen:

  • Hepatoblastoom: dit komt meestal voor bij kinderen jonger dan 5 jaar
  • Hepatocellulair carcinoom: dit is heel zeldzaam en komt meestal voor bij oudere kinderen of kinderen waarvan de lever reeds aangetast is

LCH (Langerhans Cel Histiocytose) verwijst naar histiocytes, wat cellen zijn die deel uitmaken van het immuunsysteem en die men terugvindt in veel verschillende delen van het lichaam.

Er zijn 2 types histiocytes:

  • Macrofagen/monocyte cellen: deze cellen zijn verantwoordelijk om schadelijke stoffen zoals virussen en bacteria te vernietigen.
  • Dendritische cellen: deze cellen stimuleren het immuunsysteem in hun verdedigingsmechanismen.

Langerhans cellen vormen een type dendritische cellen die normal enkel in de huid en luchtwegen voorkomen. Echter, in het geval van LCH komen deze cellen ook voor in andere delen van het lichaam (beenmerg, lever, milt,…), waar ze schade kunnen veroorzaken. Er zijn 2 types LCH:

  • Enkel systeem: slechts 1 deel van het lichaam is aangetast
  • Multi-systeem: meerdere delen van het lichaam zijn aangetast

Wat is de mogelijke behandeling?

Ieder type kanker heeft een specifieke behandeling. Welk type behandeling een kind zal krijgen hangt dus af van de huidige standaardbehandeling voor dat type kanker alsook de eventuele beschikbaarheid van een klinische studie. De artsen zullen de alle huidige behandelingsopties steeds bespreken met het kind en zijn/haar familie.

Er zijn verschillende soorten behandeling van kanker bij kinderen mogelijk.

Chemotherapie

Chemotherapie verwijst naar een type geneesmiddelen die de deling en vermenigvuldiging van de kankercellen blokkeren of die de kankercellen vernietigen. Ieder type chemotherapie werkt volgens een specifieke werkwijze. Het aantal geneesmiddelen en de combinatie ervan dat wordt voorgeschreven zal dus afhangen van het type kanker dat het kind heeft. Wanneer chemotherapie de kankercellen vernietigt, kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen de kankercellen en de normaal delende cellen en zal de chemotherapie dus ook gezonde cellen vernietigen. De normale gezonde cellen kunnen echter schade van de chemotherapie opnieuw herstellen, terwijl de kankercellen dit niet kunnen.

Chemotherapie kan toegediend worden onder de vorm van tabletten, capsules of vloeistof, die ingeslikt of geïnjecteerd kunnen worden. Veel soorten chemotherapie die gebruikt worden bij de behandeling van kanker, worden via een vene in het bloed geïnjecteerd (intraveneuze toediening). Deze intraveneuze toediening vereist de beschikbaarheid van een veilig veneus toegangssysteem. Hiervoor zijn verschillende mogelijke toegangssystemen mogelijk, zoals een port-a-cath, Hickman of Broviac katheter of een PICC-lijn.

Enkele gekende bijwerkingen van chemotherapie zijn: misselijkheid en braken, laag aantal bloedcellen, zweren in de mond en haaruitval. Terwijl sommige bijwerkingen zich meteen na de toediening reeds voordoen, kunnen andere pas op een later tijdstip voorkomen. Het type en de ernst van de bijwerking op lange termijn is afhankelijk van de soort chemotherapie dat het kind kreeg. De artsen zullen steeds bespreken welke mogelijke bijwerkingen een kind kan krijgen, afhankelijk van de voorgeschreven behandeling.

Radiotherapie

Radiotherapie bestaat uit röntgenstraling die met een heel hoog energieniveau gefocust worden op de tumor, met het oog op de beschadiging of vernietiging van de snelgroeiende kankercellen. Hierbij worden de normale gezonde cellen zoveel mogelijk gespaard. Wanneer een kind radiotherapie krijgt wordt het gebied dat bestraald zal worden eerst exact gemeten. Dit noemt men simulatie. Radiotherapie is niet pijnlijk maar de patiënt moet wel stilliggen tijdens de procedure. Hierdoor is een algemene verdoving bij jonge kinderen soms noodzakelijk. De artsen en verpleegkundigen van de dienst radiotherapie kunnen meer informatie geven over de mogelijke bijwerkingen van de bestraling. De radiotherapie zal het kind niet radioactief maken en het is veilig voor anderen om zich bij het kind dat radiotherapie kreeg te begeven.

Chirurgie

Bij bepaalde types kanker maakt de chirurgische verwijdering van de tumor een belangrijk deel uit van de behandeling van de kanker. In sommige gevallen is dit zelfs de enige vereiste vorm van behandeling. Echter, soms is nog chemotherapie en/of radiotherapie nodig om resterende kankercellen te elimineren en/of om een herval of metastase te voorkomen.

Stamceltransplantatie

Een stamceltransplantatie wordt vaak toegepast bij hoog risico leukemie, maar komt ook voor bij andere vormen van kanker of ziektes. Een stamceltransplantatie zorgt ervoor dat kinderen hogere dosissen chemotherapie kunnen tolereren, wat de overlevingskansen kan verhogen. Voordat een stamceltransplantatie kan plaatsvinden, moeten stamcellen uit het beenmerg of bloed verzameld worden. Soms worden de stamcellen bij de patiënt zelf verzameld (autologe stamceltransplantatie), terwijl de stamcellen ook verzameld kunnen worden bij een donor (allogene stamceltransplantatie) binnen de familie of van een niet-gerelateerde donor.

Eerst zal het kind hoge dosissen chemotherapie toegediend krijgen, alsook soms radiotherapie over het volledige lichaam. Deze hoge dosissen chemotherapie vernietigen de resterende kankercellen maar ook de stamcellen in het beenmerg. Na de chemotherapie worden er stamcellen geïnjecteerd zodat deze cellen opnieuw kunnen starten met de productie van rijpe bloedcellen. Wanneer de stamceltransplantatie een onderdeel vormt van het behandelingsplan van een kind, zal de arts meer gedetailleerde informatie geven aan het kind en zijn/haar ouders. Het kind en zijn/haar ouders indien het kind minderjarig is, zullen gevraagd worden om nadien een geïnformeerde toestemming te ondertekenen. Dit is vergelijkbaar met de toestemming voor deelname aan een klinische studie.

Immunotherapie

Sinds de laatste decennia is immunotherapie een belangrijke rol gaan spelen bij de behandeling van bepaalde soorten kanker. Immunotherapie is een type behandeling dat het immuunsysteem stimuleert om ziektes zoals kanker aan te vallen en te vernietigen. Immuuncellen circuleren doorheen het lichaam en beschermen het lichaam tegen infecties en ziektes. Zodra een vreemde substantie gedetecteerd wordt in het lichaam, zal het immuunsysteem dit aanvallen en vernietigen. Kankercellen worden echter vaak niet herkend door het lichaamseigen immuunsysteem omdat de kankercellen ongecontroleerd delen en te veel lijken op normale cellen. Onderzoekers zijn er in geslaagd om eiwitten van het immuunsysteem (antilichamen) te ontwikkelen, die specifieke delen van de kankercellen (antigenen) kunnen herkennen zodat het immuunsysteem de kankercellen kan aanvallen en vernietigen. Er bestaan verschillende types immunotherapie. Afhankelijk van het type kanker kan immunotherapie een waardevolle behandelingsoptie zijn, neem contact op met een arts voor verdere informatie hierover. Terwijl chemotherapie zowel kankercellen als normale gezonde cellen vernietigt, gaat de immunotherapie kankercellen specifieker binden en vernietigen. Immunotherapie wordt vaak intraveneus toegediend. De meest voorkomende bijwerkingen van immunotherapie zijn rillingen, koorts, huiduitslag, lage bloeddruk, braken, diarree, hoofdpijn en zwakte.

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie is een vorm van kankerbehandeling die zich richt op specifieke moleculen of eiwitten die de groei en verspreiding van kankercellen bevorderen. In tegenstelling tot chemotherapie, die zowel gezonde als kankercellen kan beschadigen, zijn geneesmiddelen voor doelgerichte therapie ontworpen om alleen kankercellen aan te vallen, zonder normale cellen te beschadigen. Het gaat om een groep van behandelingen die werken volgens zeer verschillende mechanismes.

Doelgerichte therapieën zijn erop gericht de groei en deling van kankercellen te stoppen door signalen te voorkomen die deze groei bevorderen of door het immuunsysteem te activeren om kankercellen aan te vallen. Ze kunnen oraal of via de aders worden toegediend en worden meestal gecombineerd met andere kankerbehandelingen, zoals chemotherapie, bestraling of immunotherapie.

Doelgerichte behandelingen hebben nevenwerkingen die zeer verschillend zijn van de klassieke bijwerkingen van chemotherapie, zoals problemen met de bloedstolling of wondheling, bloeddrukveranderingen, veranderingen in haarkleur, huid- of oogproblemen etc.

Verdere informatie

Vragen?

De BSPHO geeft geen medisch advies. Indien u vragen heeft over de diagnose of behandeling; gelieve contact op te nemen met het ziekenhuis, de arts of huisarts waar uw kind behandeld wordt.